Gele korstmossen?

Begin dit jaar stond er in NRC een artikel over korstmossen en dat er steeds meer gele korstmossen te vinden zijn. Nu kun je rondlopen over de heide en zeggen ‘Ja ik zie meer gele korstmossen’, maar nog beter is het om te kunnen onderbouwen hoe het gesteld is met de ammoniakbelasting en het aantal gele korstmossen op de Aarlesche Heide. Want gele korstmossen zijn een indicator voor een hoge ammoniakbelasting.

Bij de BLWG (Bryologische + Lichenologische werkgroep van de KNNV) kun je een onderzoekspakket bestellen met zoekkaarten om onderzoek te doen naar de ammoniakbelasting in een gebied.

Het onderzoek bestaat uit 3 delen, het voorwerk, de uitvoering en het verwerken van de gegevens tot een uitkomst:
Voorwerk: Op een kaart teken je de bomen in die je wilt gaan onderzoeken.
Uitvoering: Ga met een groepje mensen op stap en bekijk de bomen uitvoerig. Gebruik voor het bepalen van de soorten de zoekkaarten van BLWG.
Uitkomst: Middels de volgende formule kom je tot een SW (stikstofwaarde) getal uit; SW = 0,5 x ((Atot + Btot) – (Ctot + Dtot)

Voorwerk

Voor ons onderzoek hebben we 5 vrijstaande zomereiken bekeken die ongeveer even groot en oud zijn en op een denkbeeldige lijn in het gebied liggen. De afstand tussen de bomen is tussen de 200 en 300 meter. Op onderstaande kaart staan de 5 zomereiken ingetekend:

Uitvoering

Per boom hebben we van kniehoogte tot ooghoogte gekeken welke korstmossen we tegenkwamen. Op elke boom kwamen we bosschildmos, groot dooiermos en gewoon schildmos tegen. Af en toe kwamen we ook soorten tegen zoals melig takmos en eikenmos, maar dan was het vaak goed zoeken om exemplaren te vinden.
Tijdens het onderzoek moet je zoeken naar 4 soorten korstmossen; soort A en B zijn soorten die van ammoniak houden zoals dooiermos en vingermos, soort C en D zijn soorten die juist verdwijnen bij een hoge ammoniakbelasting zoals schildmos en takmos.
Wat opviel tijdens het zoeken naar korstmossen was de gele kleur, vooral als je op een afstand van de boom ging staan. Alle takken hadden een gele waas van gele poederkorst en dooiermossen. Maar sommige bomen waren ook volledig begroeid met bosschildmos. Nu lijkt dat positief want het is een korstmos uit categorie C (Korstmossen die verdwijnen door ammoniak), maar schildmossen en takmos verdwijnen pas bij een grote hoeveelheid ammoniak.
Hieronder tref je de resultaten aan van de aangetroffen soorten:

Soortgroep A Soortgroep B Soortgroep C Soortgroep D
Boom 1 2 1 2 0
Boom 2 2 1 2 0
Boom 3 2 1 1 0
Boom 4 2 1 1 1
Boom 5 2 1 2 0
Totaal 10 5 8 1
Totaal A+B | C+D 15 9
Legenda: 0 = afwezig | 1 = weinig, enkele exemplaren | 2 = veel exemplaren aanwezig

Uitkomst:

SW = 0,5 x ((10 + 5) – (8 + 1)) = 6

De uitkomst van de stikstofwaarde (SW) kan liggen tussen -10 en 10. Des te hoger het geval des te hoger is de ammoniakbelasting. Met een uitkomst van 6 is er dus een hoge ammoniakbelasting op de Aarlesche Heide. Wat op zich niet vreemd is, want er rijden meer dan 2500 auto’s en vrachtwagens per uur over de A58.

De A58 ligt ten zuiden van de Aarlesche Heide en met wind die voornamelijk uit het zuidwesten komt in Nederland, komt dus ook de ammoniakuitstoot van het verkeer rechtstreeks naar de Aarlesche Heide toe. In de directe omgeving van de Aarlesche Heide is geen intensieve veeteelt te vinden en vormt dus ook geen bron voor de hoge ammoniakbelasting.

Hieronder tref je enkele soorten korstmossen aan die we gezien hebben:

Gewoon schildmos
Bosschildmos
Melig takmos
Groot dooiermos
Heksenvingermos
Poedergeelkorst

Verder onderzoek?

Naar aanleiding van het krantenartikel in NRC werd Kok van Herk geïnterviewd door het radioprogramma Vroege Vogels. In het interview gaf Kok aan dat er iets heel opmerkelijks aan de hand is in Nederland. Het aantal gele korstmossen in de directe omgeving van intensieve veeteelt daalt vanwege de verminderde ammoniakuitstoot, maar juist in Natura2000 gebieden stijgt het aantal gele korstmossen. Het is onbekend hoe dit verschijnsel verklaard kan worden en dient nog verder onderzocht te worden. Want juist de Natura2000 gebieden willen we zoveel mogelijk in stand houden en niet laten lijden onder een hoge ammoniakbelasting. De Aarlesche Heide is geen Natura2000 gebied, maar valt wel onder de NNB.