Korstmossen

Op bomen, stenen, stronken en zelfs op de bodem kom je korstmossen tegen. Het lijken soms net stickers of platgelopen kauwgum, maar soms lijken ze ook op takjes of kleine struikjes.

Het hele jaar door kom je ze tegen, maar wat zijn korstmossen eigenlijk en waar zijn ze goed voor?

Wat zijn korstmossen?

Korstmossen zijn eigenlijk geen op zichzelf staande organismen. Het is namelijk een symbiose (samenleving van twee organismen) van een alg en een schimmel. De alg kan wel zonder de schimmel leven, maar de schimmel kan niet zonder de alg leven.

1

Trentepholia spec.- alg op een boom

Zo levert de alg suikers aan de schimmel en de schimmel zorgt weer dat de alg water en mineralen kan opnemen. Daarnaast beschermt de schimmel de alg tegen vraat en de felle zon.

2

Symbiose van een alg en schimmel

Vanwege de combinatie water en licht, is het logisch dat je in Nederland de meeste korstmossen op het zuidwesten gelegen plekken kan vinden.

3

Dwarsdoorsnede dooiermos (A = schimmelsporen, B = alg)

Waar kun je korstmossen vinden?

Korstmossen op je heel veel plekken vinden, niet alleen in natuurgebieden maar zelfs in je eigen tuin! Kijk maar eens goed op takken van een boom of een wat oudere struik. Maar ook op de stoeptegels kom je korstmossen tegen!

Er zijn in principe 4 plaatsen waar je korstmossen kan vinden:

· Steen, zoals stoeptegels, muren, grafstenen en hunebedden
4

· Bomen, op de schors, op de takken en aan de voet van de boom
5

· Stronken, dode bomen en takken die aan het vergaan zijn
6

· Zand/bodem, op zanderige of humusrijke grond
7

Op de Aarlesche Heide kom je korstmossen tegen op bomen, stronken en zand/bodem. Er zijn maar enkele stenen op de Aarlesche Heide, langs de Gagel (straat parallel aan het Wilhelminakanaal) staan er een aantal stenen paaltjes. Soorten die groeien op steen kom je dus vrijwel niet tegen in het gebied.

Enkele voorbeelden van korstmossen:

· Bomen

8

Poederkorst

· Stronken

9

Bekermos

· Steen

10

Schotelkorst

· Zand/bodem

11

Rafelig bekermos

Welke vormen hebben korstmossen?

Er zijn drie verschillende vormen van korstmossen, namelijk:

· Korst
12

· Blad
13

· Struik
14

Op de Aarlesche Heide kom je alle drie de vormen tegen. Enkele voorbeelden van de vormen die je op de Aarlesche Heide kan aantreffen:

· Korst
Poederkorst

· Blad
Gewoon schildmos

· Struik
Open rendiermos

Wat is de functie van een korstmos in de natuur?

Vraag aan mensen wat de functie van een plant of boom in de natuur is en ze komen met antwoorden zoals; ‘Zetten CO2 om in zuurstof’ of ‘Vangen fijnstof en voeren dat middels de regen af naar de grond’.

Maar de functie van een korstmos is vaak onbekend, want wat zou zoiets als een korstmos nu bijdragen in de natuur?

Voor het antwoord moet je kijken wat de functie van een alg en schimmel is, de twee componenten waaruit een korstmos bestaat.

De alg in een korstmos zet CO2 (koolstofdioxide) en water om in glucose (suiker) en zuurstof, precies hetzelfde wat planten en bomen doen! De schimmel in een korstmos geeft weer water en mineralen aan de alg en zo houden de alg en schimmel elkaar in stand. Alle algen, dus ook de soorten die niet een korstmos vormen, zijn goed voor maar liefst naar schatting 73% tot 87% van de zuurstof aanmaak op aarde! Zonder algen zou er bijna geen leven mogelijk zijn op aarde voor de mens.

Gaat het goed met het milieu?

Begin 2018 stond er in NRC een artikel over korstmossen en dat er steeds meer gele korstmossen te vinden zijn. De reden dat gele korstmossen goed groeien is dat ze erg goed gedijen bij de aanwezigheid van ammoniak. Nu kun je rondlopen over de heide en zeggen ‘Ja ik zie meer gele korstmossen’, maar nog beter is het om te kunnen onderbouwen hoe het gesteld is met de ammoniakbelasting en het aantal gele korstmossen op de Aarlesche Heide. Want gele korstmossen zijn een indicator voor een hoge ammoniakbelasting.

Doordat korstmossen water en voedingsstoffen rechtstreeks uit de lucht halen of indirect doordat regen op een boom valt en via de schors en takken bij de korstmos terecht komt, krijgen ze alle stoffen binnen die zich in de directe omgeving in de lucht bevinden.

Bij de BLWG (Bryologische + Lichenologische werkgroep van de KNNV) kun je een onderzoekspakket bestellen met zoekkaarten om onderzoek te doen naar de ammoniakbelasting in een gebied.

Het onderzoek bestaat uit 3 delen, het voorwerk, de uitvoering en het verwerken van de gegevens tot een uitkomst:

Voorwerk: Op een kaart teken je de bomen in die je wilt gaan onderzoeken.

Uitvoering: Ga met een groepje mensen op stap en bekijk de bomen uitvoerig. Gebruik voor het bepalen van de soorten de zoekkaarten van BLWG.

Uitkomst: Middels de volgende formule kom je tot een SW (stikstofwaarde) getal uit;
SW = 0,5 x ((Atot + Btot) – (Ctot + Dtot))

Voorwerk

15

© OpenStreetMap-auteurs

Voor ons onderzoek hebben we 5 vrijstaande zomereiken bekeken die ongeveer even groot en oud zijn en op een denkbeeldige lijn in het gebied liggen. De afstand tussen de bomen is tussen de 200 en 300 meter. Op onderstaande kaart staan de 5 zomereiken ingetekend:

Uitvoering

Per boom hebben we van kniehoogte tot ooghoogte gekeken welke korstmossen we tegenkwamen. Op elke boom kwamen we bosschildmos, groot dooiermos en gewoon schildmos tegen. Af en toe kwamen we ook soorten tegen zoals melig takmos en eikenmos, maar dan was het vaak goed zoeken om exemplaren te vinden.

Tijdens het onderzoek moet je zoeken naar 4 soorten korstmossen; soort A en B zijn soorten die van ammoniak houden zoals dooiermos en vingermos, soort C en D zijn soorten die juist verdwijnen bij een hoge ammoniakbelasting zoals schildmos en takmos.

Wat opviel tijdens het zoeken naar korstmossen was de gele kleur, vooral als je op een afstand van de boom ging staan. Alle takken hadden een gele waas van gele poederkorst en dooiermossen. Maar sommige bomen waren ook volledig begroeid met bosschildmos. Nu lijkt dat positief want het is een korstmos uit categorie C (Korstmossen die verdwijnen door ammoniak), maar schildmossen en takmos verdwijnen pas bij een grote hoeveelheid ammoniak.

Hieronder tref je de resultaten aan van de aangetroffen soorten:

Soortgroep A Soortgroep B Soortgroep C Soortgroep D
Boom 1 2 1 2 0
Boom 2 2 1 2 0
Boom 3 2 1 1 0
Boom 4 2 1 1 1
Boom 5 2 1 2 0
Totaal 10 5 8 1
Totaal A+B|C+D 15 9

Legenda: 0 = afwezig | 1 = weinig, enkele exemplaren | 2 = veel exemplaren aanwezig

Uitkomst:

SW = 0,5 x ((10 + 5) – (8 + 1)) = 6

De uitkomst van de stikstofwaarde (SW) kan liggen tussen -10 en 10. Des te hoger het geval des te hoger is de ammoniakbelasting. Met een uitkomst van 6 is er dus een hoge ammoniakbelasting op de Aarlesche Heide. Wat op zich niet vreemd is, want er rijden meer dan 2500 auto’s en vrachtwagens per uur over de A58.

De A58 ligt ten zuiden van de Aarlesche Heide en met wind die voornamelijk uit het zuidwesten komt in Nederland, komt dus ook de ammoniakuitstoot van het verkeer rechtstreeks naar de Aarlesche Heide toe. In de directe omgeving van de Aarlesche Heide is geen intensieve veeteelt te vinden en vormt dus ook geen bron voor de hoge ammoniakbelasting.

16

© OpenStreetMap-auteurs

Hieronder tref je enkele soorten korstmossen aan die we gezien hebben:

17

Gewoon schildmos

18

Melig takmos

19

Heksenvingermos

20

Bosschildmos

21

Groot dooiermos

22

Poedergeelkorst

Verder onderzoek?

Naar aanleiding van het krantenartikel in NRC werd Kok van Herk geïnterviewd door het radioprogramma Vroege Vogels. In het interview gaf Kok aan dat er iets heel opmerkelijks aan de hand is in Nederland. Het aantal gele korstmossen in de directe omgeving van intensieve veeteelt daalt vanwege de verminderde ammoniakuitstoot (het beperken van ammoniakuitstoot in de intensieve veeteelt heeft dus effect), maar juist in Natura2000 gebieden stijgt het aantal gele korstmossen. Het is onbekend hoe dit verschijnsel verklaard kan worden en dient nog verder onderzocht te worden. Want juist de Natura2000 gebieden willen we zoveel mogelijk in stand houden en niet laten lijden onder een hoge ammoniakbelasting. De Aarlesche Heide is geen Natura2000 gebied, maar valt wel onder de NNB (Natuur Netwerk Brabant).